Dictionary Online
-- Woorden vertalen
      Gezegden Spaans
 
Engels - Nederlands
Engels - Duits
Engels - Frans
Engels - Spaans
Engels - Italiaans
Engels - Portugees
Engels - Hongaars
Engels - Zweeds
Engels - Noors
Engels - Latijn
Online Game -
Woorden Spellen
[English Version]
Spaans -- Nederlands

¡Hola! -- Dag!, Hallo!
buenos días -- goededag
buenas tardes -- goedemiddag / namiddag
buenas noches -- goedenavond / nacht
Señor -- Meneer
Señora -- Mevrouw
Me llamo ... -- Mijn naam is ...
¿Cómo se llama usted? -- Hoe heet u?
Por favor -- Alstublieft
Gracias -- Dank u wel
¡Perdón! -- Sorry!
¿Cómo está usted? -- Hoe gaat het met u?
¿Cómo estás? -- Hoe gaat het met jou?
(muy) bien -- (heel) goed
(muy) mal -- (erg) slecht
¡Adiós! -- Tot ziens!
sí -- ja
no -- nee
¿Cuándo? -- Wanneer?
¿Cuánto? -- Hoeveel?
¿Cuál? -- Wat voor een?, Welke?
¿Por qué? -- Waarom?
¡Qué casa! -- Wat een huis!
¿Cuál es la diferencia? -- Wat is het verschil?
El primer día. -- De eerste dag
especial -- speciaal
cerveza -- bier
correcto -- juist, correct
vegetariano -- vegetarisch
sencillo -- eenvoudig
cercano -- dichtbij, nabij, naburig
magnífico -- prachtig, schitterend
verano -- zomer
local -- lokaal
poseer -- bezitten
espacioso -- ruim
alrededor de -- ongeveer, circa
capital v -- hoofstad
verdura -- groente
No cierra ningún día. -- Geen sluitingsdag.
popular -- populair, volks
asador -- grillrestaurant; grill
cuidar -- verzorgen
servicio -- service
festivo -- feest, feestelijk
hora -- uur
¿Qué hora es? -- Hoe laat is het?
minutos -- minuten
medio día -- 12 uur 's middags
media noche -- 12 uur 's nachts
¿A qué hora? -- Hoe laat?
¿Cuándo? -- Wanneer?
cada -- ieder, elk
igual -- dergelijk
alguien -- iemand
nada -- niets
nadie -- niemand parecido -- vergelijkbaar
alguno -- een of ander
ambos -- beide
bastante -- voldoende, genoeg
cualquiera -- welke dan ook
demás -- overig
más -- meer
menos -- minder
mismo -- hetzelfde, dezelfde
ahora -- nu
mañana -- ochtend
desayuno -- ontbijt
problema -- probleem
mucho -- veel, vele
ninguno -- geen (enkel)
otro -- (een)ander, nog een
poco -- weinig
tanto -- zo veel
todo -- alles, al
unos -- enige, enkele
varios -- verschillende, verscheidene
demasiado -- te (veel)
tan -- zo, zoveel
equipaje -- bagage
casi -- bijna
libro -- boek
cerrar -- sluiten
divertido -- leuk
mantequilla -- boter
pan -- brood
ordenador, computadora -- computer
dinero -- geld
suerte v -- geluk
fácil -- gemakkelijk
jugar -- spelen
queso -- kaas
habitación -- kamer
vez -- keer
niño, niña -- kind
nunca -- nooit
siempre -- altijd
hoy -- vandaag
  Vertaal woord                     Woordenboek

     

Spaans Leren
Over het Spaans
Gezegden Spaans
Getallen in het Spaans
Kleur Nederlands / Spaans
Week en Maand Nederlands / Spaans
Kleding Nederlands / Spaans
Verkeer Nederlands / Spaans
Copyright © Dictionaryonline.nl