Dictionary Online
-- Woorden vertalen
      Tijd, Dag, Week en Maand - Nederlands / Engels
 
Engels - Nederlands
Engels - Duits
Engels - Frans
Engels - Spaans
Engels - Italiaans
Engels - Portugees
Engels - Hongaars
Engels - Zweeds
Engels - Noors
Engels - Latijn
Online Game -
Woorden Spellen
[English Version]
(Nederlands - Engels)
(Dutch - English)

tijd -- time
maandag -- Monday
dinsdag -- Tuesday
woensdag -- Wednesday
donderdag -- Thursday
vrijdag -- Friday
zaterdag -- Saturday
zondag -- Sunday

maanden -- months
januari -- January
februari -- February
maart -- March
april -- April
mei -- May
juni -- June
juli -- July
augustus -- August
september -- September
oktober -- October
november -- November
december -- December

Voorjaar/Lente -- Spring
Zomer -- Summer
Najaar/Herfst -- Fall
Winter -- Winter

Een uur -- One o'clock
Kwart over een -- Quarter past one
Half twee -- Half past one
Kwart voor twee -- Quarter to two

Seconde -- Second
Minuut -- Minute
Uur -- Hour
Dag -- Day
(www.dictionaryonline.nl)
Week -- Week
Maand -- Month
Jaar -- Year
Eeuw -- Century

Nu -- Now
Straks -- Later
Gisteren -- Yesterday
Vandaag -- Today
Morgen -- Tomorrow
Volgende week -- Next week
Over een week -- A week from now
Verleden week/Vorige week -- Last week
  Vertaal woord                     Woordenboek

     

Nederlands-Engels Leren

Gezegden - Nederlands / Engels

Onregelmatige Werkwoorden - Nederlands

Zelf Introduceren - Nederlands / Engels

Kleur en Bloem - Nederlands
 / Engels


Verkeer Nederlands/Engels

Kleding Nederlands/Engels

Dier - Nederlands/Engels

Werk en Arbeid - Nederlands / Engels

Lichaam Nederlands/Engels

Voedsel en Restaurant - Nederlands/Engels

Tijd Dag Week en Maand - Nederlands/Engels

Weer - Nederlands/Engels

Over het Nederlands

Over het Engels
Copyright Dictionaryonline.nl