Dictionary Online
-- Woorden vertalen
      Zelf Introduceren - Nederlands / Engels
 
Engels - Nederlands
Engels - Duits
Engels - Frans
Engels - Spaans
Engels - Italiaans
Engels - Portugees
Engels - Hongaars
Engels - Zweeds
Engels - Noors
Engels - Latijn
Online Game -
Woorden Spellen
[English Version]
(Engels - Nederlands)
(English - Dutch)

Introduce Yourself -- zelf introduceren

Do you speak (English/ Dutch)?
Spreek je/ Spreekt U (Engels/Nederlands)?

Just a little.
Slechts een beetje

What's your name?
Wat is je/uw naam? / Hoe heet je?

My name is ...
Mijn naam is …

Mr.../ Mrs.…/ Miss…
Mr…/ Mw…

Welcome to ....
Welkom in ....

How are you?
Hoe is het met jou?

How do you do? Nice to meet you.
Hoe is het? Leuk om jou te ontmoeten.

I'm very well, thank you.
Prima, bedankt.

You're very kind!
Dat is heel vriendelijk

Where are you from?
Van waar ben je/U afkomstig? / Waar kom je vandaan?

I'm from ....
Ik ben van ....

Where do you live?
Waar woon je? / Waar woont U?

I live in ....
Ik woon in ....

What is your address?
Wat is jou adres?

What is your telephone number?
Wat is jouw telefoonnummer?

Is this your first visit to ...?
Is dit jou eerste reis naar ...?

Did you like it here?
Vond je het leuk hier?

What do you do for a living?
Wat is je beroep?

I work as a ....
Ik werk als ....

I like ....
Ik hou van ....

I've been learning Dutch for 1 month
Ik ben sinds 1 maand Nederlands aan het leren.
(www.dictionaryonline.nl)

Oh! That's good!
Oh! Dat is goed !

How old are you?
Hoe oud ben je?

I'm ... years old.
Ik ben ... jaar

I have to go
Ik moet nu gaan.

I will be right back!
Ik ben zo terug.

I am Dutch.
Ik ben Nederlander.

I have one sister.
Ik heb een zus.

I do not have a brother.
Ik heb geen broer.

I was born in ....
Ik ben in ... geboren.

This is my father.
Dit is mijn vader.

May I introduce my ....
Mag ik mijn ... voorstellen.

Make yourself at home.
Doe alsof je thuis bent.

... is a wonderful country.
... is een prachtig land.

father - vader
mother - moeder
parents - ouders
brother - broeder
sister - zuster
son - zoon
daughter - dochter
grandfather - opa
grandmother - oma
  Vertaal woord                     Woordenboek

     

Nederlands-Engels Leren

Gezegden - Nederlands / Engels

Onregelmatige Werkwoorden - Nederlands

Zelf Introduceren - Nederlands / Engels

Kleur en Bloem - Nederlands
 / Engels


Verkeer Nederlands/Engels

Kleding Nederlands/Engels

Dier - Nederlands/Engels

Werk en Arbeid - Nederlands / Engels

Lichaam Nederlands/Engels

Voedsel en Restaurant - Nederlands/Engels

Tijd Dag Week en Maand - Nederlands/Engels

Weer - Nederlands/Engels

Over het Nederlands

Over het Engels
Copyright © Dictionaryonline.nl